Als je je verdiept in autisme, kom je al snel de term ‘Asperger’ tegen. Het syndroom van Asperger was jarenlang een veelgebruikte diagnose voor mensen met autisme die geen taalachterstand hadden en vaak een gemiddelde tot hoge intelligentie bezaten. Maar in 2013 verdween de diagnose officieel uit het handboek voor psychiatrische stoornissen.
Wat hield het syndroom van Asperger precies in? Waarom is de term afgeschaft? En wat betekent dat voor mensen die deze diagnose ooit kregen? In dit artikel geven we je een compleet overzicht — van de oorsprong tot de huidige stand van zaken in 2026.
Wat was het syndroom van Asperger?
Het syndroom van Asperger was een vorm van autisme die werd gekenmerkt door problemen in de sociale interactie en de aanwezigheid van beperkte, repetitieve gedragspatronen en interesses. Het grote verschil met de klassieke autismediagnose was dat mensen met Asperger geen duidelijke achterstand in taalontwikkeling hadden en vaak gemiddeld tot bovengemiddeld intelligent waren.
De diagnose werd in 1994 voor het eerst opgenomen in de DSM-IV, het internationale handboek voor psychiatrische diagnostiek. Vanaf dat moment groeide het bewustzijn rond deze vorm van autisme enorm. Veel mensen die jarenlang het gevoel hadden ‘anders’ te zijn zonder te weten waarom, kregen eindelijk een naam voor hun ervaring.
Typische kenmerken van het syndroom van Asperger
Hoewel iedereen met Asperger uniek was, werden de volgende kenmerken vaak beschreven:
- Moeite met sociale interactie — niet altijd aanvoelen wat de ongeschreven sociale regels zijn, moeite met het lezen van lichaamstaal en gezichtsuitdrukkingen, onzekerheid over hoe je een gesprek begint of beëindigt
- Intense, specifieke interesses — een diepgaande fascinatie voor bepaalde onderwerpen, vaak met een encyclopedische kennis. Dit kon variëren van treinen en dinosaurussen tot wiskundige systemen of historische periodes
- Behoefte aan routine en voorspelbaarheid — veranderingen in de dagelijkse structuur konden grote stress veroorzaken
- Sensorische gevoeligheid — overgevoeligheid voor geluid, licht, texturen of geuren, of juist een verminderde gevoeligheid voor bepaalde prikkels
- Moeite met non-verbale communicatie — weinig variatie in gezichtsuitdrukkingen, ongebruikelijk oogcontact, moeite met het begrijpen van ironie of sarcasme
- Motorische onhandigheid — een enigszins houterige motoriek, moeite met fijne motorische taken of coördinatie
Belangrijk om te benoemen: deze kenmerken werden gezien als een patroon, niet als een checklist. Niet iedereen met Asperger had al deze kenmerken, en de ernst varieerde sterk van persoon tot persoon.
Hoe werd de diagnose gesteld?
De diagnose werd gesteld door een psycholoog of psychiater, op basis van uitgebreid onderzoek. Dit omvatte meestal:
- Een uitgebreid anamnesegesprek (ook over de vroege kindertijd)
- Observatie van sociaal gedrag
- Eventueel intelligentieonderzoek
- Vragenlijsten ingevuld door de persoon zelf en/of naasten
- Uitsluiting van andere verklaringen voor het gedrag
Een cruciaal criterium was dat er geen significante achterstand in taalontwikkeling mocht zijn geweest. Een kind dat pas op latere leeftijd begon te praten, kwam in aanmerking voor de klassieke autismediagnose, niet voor Asperger.
Waarom is de diagnose Asperger afgeschaft?
In 2013 verscheen de vijfde editie van de DSM (DSM-5), en daarin was het syndroom van Asperger verdwenen als aparte diagnose. Alle vormen van autisme werden samengevoegd onder één overkoepelende naam: autismespectrumstoornis (ASS).
Deze beslissing was niet zomaar genomen. Er lagen verschillende wetenschappelijke en praktische argumenten aan ten grondslag.
Wetenschappelijke redenen
Onderzoek had aangetoond dat het onderscheid tussen Asperger en andere vormen van autisme niet zo scherp was als men eerder dacht. De grenzen waren vaag: waar eindigde Asperger en begon klassiek autisme? Verschillende diagnostici konden voor dezelfde persoon tot verschillende conclusies komen, afhankelijk van hoe strikt ze de criteria toepasten.
Bovendien bleek het criterium van ‘geen taalachterstand’ problematisch. Sommige kinderen die aanvankelijk een taalachterstand hadden, haalden die later in en leken dan op iemand met Asperger. Anderen hadden subtiele taalproblemen die niet altijd werden opgemerkt. Het onderscheid was in de praktijk moeilijk houdbaar.
Het spectrummodel — waarbij autisme wordt gezien als een continuüm met oneindige variaties — sloot beter aan bij de wetenschappelijke realiteit dan aparte categorieën.
Praktische redenen
Er waren ook praktische bezwaren. In sommige landen en zorgsystemen gaf de Asperger-diagnose minder recht op ondersteuning dan de klassieke autismediagnose. Mensen met Asperger werden geacht ‘beter te functioneren’ en kregen daardoor minder hulp, terwijl ze die soms hard nodig hadden.
Door alle vormen onder één noemer te brengen en per persoon te beschrijven welke ondersteuning nodig was, hoopte men dit probleem te verhelpen.
De controversiële naamgever
Een extra reden om afstand te nemen van de naam ‘Asperger’ kwam later, met historisch onderzoek naar de naamgever zelf. Hans Asperger (1906-1980) was een Oostenrijkse kinderarts die in de jaren veertig als een van de eersten schreef over wat nu autisme wordt genoemd.
Lang werd hij gezien als een held die autistische kinderen beschermde tijdens het naziregime. Maar in 2018 publiceerde historicus Herwig Czech een onderzoek waaruit bleek dat Asperger actiever had meegewerkt aan het naziregime dan eerder bekend was. Hij verwees kinderen met ernstige beperkingen door naar de Am Spiegelgrund-kliniek in Wenen, waar honderden kinderen werden gedood als onderdeel van het nazi-euthanasieprogramma.
Dit historische gegeven maakt de naam voor veel mensen in de autismegemeenschap onverteerbaar. Hoewel de naamswijziging in de DSM-5 al vóór deze onthulling plaatsvond, versterkte het de overtuiging dat de term niet meer thuishoort in het moderne taalgebruik.
Wat is er voor in de plaats gekomen?
Sinds de DSM-5 worden alle vormen van autisme gediagnosticeerd als autismespectrumstoornis (ASS). Om toch recht te doen aan de enorme variatie tussen mensen met autisme, werkt de DSM-5 met ondersteuningsniveaus:
- Niveau 1: ‘Heeft ondersteuning nodig’ — dit komt het dichtst bij wat vroeger Asperger werd genoemd. Mensen op dit niveau kunnen relatief zelfstandig functioneren, maar hebben ondersteuning nodig bij sociale situaties en het organiseren van hun dagelijks leven
- Niveau 2: ‘Heeft substantiële ondersteuning nodig’ — duidelijke beperkingen in sociale communicatie en meer moeite met veranderingen in routine
- Niveau 3: ‘Heeft zeer substantiële ondersteuning nodig’ — ernstige beperkingen die het dagelijks functioneren in alle domeinen beïnvloeden
Daarnaast wordt beschreven of er sprake is van bijkomende kenmerken, zoals een intellectuele beperking, taalproblemen of andere medische of psychiatrische aandoeningen.
De ICD-11: internationaal perspectief
Niet alleen de DSM heeft veranderingen doorgevoerd. De ICD-11 (International Classification of Diseases) van de Wereldgezondheidsorganisatie, die in 2022 van kracht werd, hanteert eveneens de overkoepelende term autismespectrumstoornis. Het syndroom van Asperger is ook hierin niet meer als aparte diagnose opgenomen.
Dit betekent dat de verschuiving niet beperkt is tot de Amerikaanse psychiatrie, maar een wereldwijde consensus weerspiegelt.
Mag je de term Asperger nog gebruiken?
Dit is een vraag die veel mensen bezighoudt. Het korte antwoord: dat hangt ervan af.
Als zelfidentificatie
Veel mensen die ooit de diagnose Asperger kregen, voelen zich sterk verbonden met deze term. Het was de naam die hen hielp zichzelf te begrijpen, die hen een gemeenschap gaf en die hun ervaring een plek gaf in de wereld. Het is volkomen begrijpelijk dat zij deze term willen blijven gebruiken als vorm van zelfidentificatie.
Niemand heeft het recht om iemand te vertellen hoe die zichzelf moet noemen. Als de term Asperger voor jou betekenisvol is, dan is het jouw keuze om die te gebruiken.
In professionele context
In de professionele gezondheidszorg wordt de term niet meer gebruikt voor nieuwe diagnoses. Psychologen en psychiaters stellen de diagnose autismespectrumstoornis met een beschrijving van het ondersteuningsniveau. Oude diagnoses hoeven niet officieel te worden omgezet, maar bij herbeoordeling zal de nieuwe terminologie worden gehanteerd.
In het dagelijks taalgebruik
In het dagelijks leven wordt de term Asperger nog veelvuldig gebruikt. Veel mensen kennen de term beter dan ‘autismespectrumstoornis niveau 1’. Dat is niet per se problematisch, zolang je je bewust bent van de context en gevoeligheden.
Sommige mensen in de autismegemeenschap hebben bezwaar tegen de term vanwege de historische connectie met Hans Asperger. Anderen vinden het een nuttige term die direct duidelijk maakt wat er wordt bedoeld. Er is geen absoluut goed of fout — maar bewustzijn van beide perspectieven is belangrijk.
Kenmerken die vroeger aan Asperger werden gekoppeld
Hoewel de officiële diagnose niet meer bestaat, is het nuttig om te weten welke kenmerken vroeger specifiek aan het syndroom van Asperger werden gekoppeld. Veel mensen herkennen zich hier nog steeds in.
Sociale communicatie
- Moeilijk aanvoelen wat gepast is in sociale situaties
- Te direct of te formeel overkomen in gesprekken
- Moeite met het onderhouden van wederkerige vriendschappen
- Niet altijd doorhebben wanneer iemand een grapje maakt of sarcastisch is
- Uitgebreid praten over eigen interesses zonder door te hebben dat de ander afhaakt
Beperkte interesses en repetitief gedrag
- Intense, vaak encyclopedische kennis over specifieke onderwerpen
- Vasthouden aan vaste routines en rituelen
- Distress bij onverwachte veranderingen
- Repetitieve bewegingen of gewoontes (stimming)
- Sterke voorkeur voor systemen, patronen en regels
Sensorische ervaringen
- Overgevoeligheid voor bepaalde geluiden (tikken van een klok, achtergrondmuziek, kauwgeluiden)
- Moeite met bepaalde textieltexturen of kledingstukken
- Overweldigd raken door visuele drukte (supermarkten, evenementen)
- Sterke reacties op geuren of smaken
- Soms juist ondergevoeligheid: pijn minder snel voelen, temperatuurverschillen niet goed opmerken
Cognitieve sterke kanten
Mensen met een Asperger-profiel worden vaak gekenmerkt door:
- Uitstekend geheugen voor feiten en details
- Sterk analytisch en logisch denkvermogen
- Grote toewijding en nauwkeurigheid in werk
- Origineel en onafhankelijk denken
- Eerlijkheid en oprechtheid
Asperger bij vrouwen en meisjes
Een belangrijk aspect dat bij de oude Asperger-diagnose vaak over het hoofd werd gezien, is het verschil in presentatie tussen mannen en vrouwen. Het syndroom van Asperger werd oorspronkelijk vooral beschreven en onderzocht bij jongens en mannen. De diagnostische criteria waren dan ook grotendeels gebaseerd op mannelijke presentatievormen.
Vrouwen en meisjes met autisme — wat vroeger Asperger zou zijn genoemd — presenteren zich vaak anders:
- Ze zijn vaak beter in het maskeren (camouflage) van hun autisme door sociaal gedrag te imiteren
- Hun speciale interesses zijn soms minder opvallend omdat ze aansluiten bij wat als ‘normaal’ wordt beschouwd (dieren, fictieve karakters, sociale dynamieken)
- Ze hebben vaker één of twee hechte vriendschappen in plaats van een volledig gebrek aan sociale contacten
- Ze ontwikkelen vaker bijkomende klachten zoals angst, depressie of eetstoornissen als gevolg van het constante maskeren
Dit leidde tot enorme onderdiagnose bij vrouwen. Veel vrouwen kregen pas op volwassen leeftijd hun diagnose, nadat ze jaren hadden geworsteld met het gevoel dat er ‘iets niet klopte’ zonder te weten wat. De verschuiving naar het spectrummodel biedt meer ruimte om deze diverse presentatievormen te herkennen.
Wat betekent de naamsverandering voor jou?
Als je ooit de diagnose Asperger hebt gekregen, verandert er in de praktijk weinig tot niets. Je diagnose is en blijft geldig. Je hoeft niet opnieuw gediagnosticeerd te worden. Je recht op ondersteuning en hulp verandert niet.
Wat wel kan veranderen, is hoe je over jezelf praat en hoe de wereld om je heen over autisme praat. Sommige mensen ervaren de verschuiving naar ‘autismespectrumstoornis’ als een verlies — ze voelen zich beroofd van een term die voor hen betekenis had. Anderen ervaren het als een bevrijding — ze voelen zich nu onderdeel van een grotere gemeenschap en hoeven zich niet meer te onderscheiden van ‘echte autisten’.
Beide gevoelens zijn valide. Er is geen goed of fout in hoe je je verhoudt tot deze verandering.
Praktische tips bij herbeoordeling
Als je om welke reden dan ook opnieuw wordt beoordeeld — bijvoorbeeld voor een Wmo-indicatie, PGB-aanvraag of arbeidsongeschiktheidsbeoordeling — dan zal de nieuwe terminologie worden gehanteerd. Enkele tips:
- Neem je originele diagnose-rapport mee naar de beoordeling
- Vraag de beoordelaar om het ondersteuningsniveau duidelijk te beschrijven
- Benadruk concreet waar je ondersteuning nodig hebt, niet alleen wat je kunt
- Wees je ervan bewust dat ‘niveau 1’ niet betekent dat je geen hulp nodig hebt
De toekomst van de term Asperger
De term Asperger zal naar verwachting geleidelijk verdwijnen uit het professionele taalgebruik, maar in het dagelijks leven waarschijnlijk nog lang voortleven. Net zoals termen als ‘ADHD’ en ‘dyslexie’ een eigen leven zijn gaan leiden los van hun officiële diagnostische definities, zo zal ‘Asperger’ voor velen een herkenbare en bruikbare term blijven.
In de wetenschappelijke wereld is de trend duidelijk: het spectrumdenken wint terrein. In plaats van mensen in hokjes te plaatsen, richt men zich steeds meer op het beschrijven van individuele profielen — met sterke kanten, uitdagingen en ondersteuningsbehoeften die voor ieder persoon uniek zijn.
Dit is uiteindelijk misschien wel de grootste winst van de afschaffing van de Asperger-diagnose: de erkenning dat elk mens met autisme uniek is en niet in een categorie kan worden gevangen.
Lees ook
Tot slot
Het syndroom van Asperger heeft een belangrijke rol gespeeld in het vergroten van het bewustzijn rond autisme. Het gaf miljoenen mensen wereldwijd een naam voor hun ervaring en opende deuren die lang gesloten waren gebleven. Dat de officiële diagnose niet meer bestaat, doet niets af aan de waarde die het voor veel mensen heeft gehad — en nog steeds heeft.
Of je jezelf nu identificeert als iemand met Asperger, als autistisch, als neurodivergent of als iets heel anders: het belangrijkste is dat je jezelf mag zijn. De termen veranderen, maar jij blijft wie je bent. En wie je bent, is meer dan een diagnose.











