Dissociatie en autisme: oorzaken, symptomen en behandeling

Joost Janssen

Dissociatie en autisme: oorzaken, symptomen en behandeling

Je leest dit artikel in 5 minuten

Je merkt dat je soms even ‘weg’ bent. Een moment dat de wereld om je heen vervaagt en je in een soort mist terechtkomt. Misschien gebeurt dit tijdens intense prikkels, of juist als je diep in een gedachte verdwijnt. Dit gevoel van loskoppeling, dit ontkoppelen van jezelf of je omgeving, noemen we dissociatie. Als je autisme hebt, kan deze ervaring vaker voorkomen en soms complexer zijn. Het is belangrijk om te begrijpen wat dit precies inhoudt, want dissociatie bij autisme is een veelbesproken, maar soms nog te weinig belichte kant van de autistische ervaring.

Wat is dissociatie precies?

Dissociatie klinkt misschien als een ingewikkeld psychologisch begrip. In de kern betekent het een onderbreking in de normale integratie van bewustzijn, geheugen, identiteit, emotie, perceptie, lichaamsbeeld en gedrag. Simpel gezegd: je voelt je even niet helemaal ‘aanwezig’. Het begrijpen van emoties en hoe je ermee omgaat is hierbij cruciaal, zeker bij mensen met autisme.

Voor mensen met autisme kan dissociatie een reactie zijn op overprikkeling. Denk aan een omgeving die te veel eisen stelt aan je zintuigen. Je brein zoekt dan een uitweg om de chaos te beheersen. Het is een soort noodknop die je ingedrukt houdt om de overstroom aan informatie te stoppen.

We onderscheiden verschillende vormen van dissociatie:

  • Depersonalisatie: Het gevoel losgekoppeld te zijn van jezelf. Je kijkt naar jezelf alsof je naar een film kijkt. Je eigen lichaam voelt vreemd of onwerkelijk aan.
  • Derealizatie: Het gevoel dat de omgeving niet echt is. De wereld om je heen lijkt wazig, plat of als een droom.
  • Amnesie: Gaten in je geheugen ervaren, vaak over stressvolle of intense perioden.
  • Identiteitsverwarring of -versplintering: Dit is complexer en minder gebruikelijk, maar kan betekenen dat je niet goed weet wie je bent of wat je voelt op dat moment.

De link tussen autisme en dissociatie

Waarom zien we dissociatie vaker bij autistische personen? Jouw zenuwstelsel reageert intenser op de wereld. Waar een neurotypische persoon misschien een drukke winkelstraat filtert, neem jij misschien elk detail, elk geluid en elke geur tegelijkertijd waar. Dit continue ‘aanstaan’ is uitputtend.

Dissociatie bij autisme ontstaat vaak als een copingmechanisme. Je probeert je te beschermen tegen de overweldigende sensorische belasting of de sociale eisen die je te veel worden.

Wanneer ervaar je dissociatie bij autisme?

Het is niet altijd een dramatische gebeurtenis die de dissociatie uitlokt. Vaak zijn het dagelijkse dingen die voor anderen normaal zijn, maar voor jou te veel vragen.

Sensorische overbelasting

Dit is misschien wel de grootste trigger. Als de lichten te fel zijn, het geluid te hard, of als je te veel mensen tegelijk moet verwerken, kan je systeem ‘uitloggen’. Dit is een automatische reactie om je hersenen rust te geven. Je zoekt een veilige plek in je hoofd.

VIDEO: Wat is autisme?

Emotionele ontregeling

Autistische personen ervaren vaak intense emoties. Als deze emoties te groot worden om te verwerken, kan dissociatie optreden als een emotionele verdoving. Het helpt je om de pijn of angst even niet direct te voelen. Het is je innerlijke schild.

Belangrijke links

Breid je begrip van Dissociatie en autisme: oorzaken, symptomen en behandeling uit met deze zorgvuldig gekozen leesstukken.

Sociale uitputting en masking

Het constante maskeren – proberen je autistische trekken te verbergen om ‘normaal’ over te komen – kost enorm veel energie. Zodra je even alleen bent of het masker tijdelijk laat vallen, kan de opgebouwde spanning doorslaan in derealisatie. Je bent zo lang gefocust geweest op de buitenwereld dat je even niet meer weet hoe je je eigen binnenwereld moet ‘aarden’.

Trauma en dissociatie

Als je veel ervaringen hebt gehad die als traumatisch worden ervaren – zoals pesten, onbegrip of het gevoel er niet bij te horen – verhoogt dit de kans op dissociatieve symptomen. Dissociatie is dan een aangeleerde overlevingsstrategie geworden.

Hoe herken je dissociatie bij jezelf?

Het herkennen is de eerste stap naar omgaan. Je voelt je misschien anders dan normaal, maar je hebt niet altijd de juiste woorden om het te beschrijven. Let op deze signalen:

  • Je staart naar iets, maar ziet het eigenlijk niet echt.
  • Je hoort mensen praten, maar de woorden komen niet echt binnen.
  • Je beweegt je lichaam, maar het voelt alsof je niet de controle hebt.
  • Je hebt moeite om je gedachten te volgen of je herinnert je niet meer wat je net deed.
  • Een plotselinge gevoelloosheid, zowel emotioneel als fysiek.

Dissociatie is een reactie op overbelasting van het zenuwstelsel; een andere vorm van zelfregulatie is stimming.

Het is belangrijk om te onthouden dat dissociatie geen keuze is. Je doet dit niet om iemand te negeren of om moeilijk te doen. Het is jouw zenuwstelsel dat probeert te overleven.

Wat helpt om weer ‘geaard’ te zijn?

Als je merkt dat je afglijdt, zoek dan naar manieren om je weer bewust te maken van je lichaam en de huidige realiteit. Dit noemen we ‘grounding’ technieken.

De 5-4-3-2-1 Methode

Deze techniek haalt je focus van je innerlijke onrust naar je zintuigen in de omgeving:

  1. Noem 5 dingen die je ziet. Kijk echt goed naar details.
  2. Benoem 4 dingen die je voelt (bijvoorbeeld de stof van je kleding, de stoel onder je).
  3. Identificeer 3 dingen die je hoort (ook de zachte geluiden).
  4. Ruik 2 dingen in je nabije omgeving.
  5. Proef 1 ding (een slokje water, de smaak in je mond).

Fysieke verbinding

Fysiek contact met jezelf kan helpen om de realiteit terug te brengen. Duw je voeten stevig op de grond. Voel de textuur van een ijsblokje in je hand. Drink langzaam een glas koud water. Door sterke, maar veilige fysieke sensaties te ervaren, geef je je brein ankerpunten.

Routines doorbreken

Soms helpt het om je vaste patronen te doorbreken als je merkt dat je in een dissociatieve lus zit. Sta op, loop even naar een andere kamer. Verander van houding. Elke kleine verandering in je fysieke staat kan je mentale staat beïnvloeden.

Professionele ondersteuning zoeken

Hoewel zelfhulpstrategieën essentieel zijn, is het goed om te weten dat er professionals zijn die gespecialiseerd zijn in autisme en dissociatie. Je hoeft dit niet alleen te doorstaan.

Zoek naar therapeuten die ervaring hebben met:

  • Sensory processing issues binnen autisme.
  • Trauma-geïnformeerde zorg (ook als je het trauma niet direct herkent).
  • Acceptatie en Commitment Therapie (ACT) of Dialectische Gedragstherapie (DGT), die vaak effectieve groundingstechnieken aanreiken.

Het doel van therapie is niet om de dissociatie te elimineren, maar om te leren herkennen wanneer deze opkomt en om gezondere manieren te vinden om je zenuwstelsel te reguleren voordat je moet ‘uitloggen’. Het accepteren dat je brein deze strategie soms nodig heeft, is ook een belangrijk onderdeel van het proces.

Veelgestelde vragen over dissociatie en autisme

Is dissociatie bij autisme hetzelfde als een dissociatieve stoornis?

Nee, niet noodzakelijk. Dissociatieve symptomen (zoals derealisatie) zijn vaak reacties op overprikkeling bij autisme. Een volledige dissociatieve stoornis (zoals depersonalisatie/derealisaatiestoornis) is een complexere, meer chronische aandoening. Bij jou is het vaak direct gekoppeld aan je prikkelverwerking.

Kan ik mijn neiging tot dissociatie verminderen?

Je kunt je vermogen om met overprikkeling om te gaan verbeteren, waardoor de noodzaak om te dissociëren afneemt. Dit doe je door je sensorische dieet aan te passen en duidelijke grenzen te stellen voor sociale interactie en prikkels.

Is het erg als ik soms de tijd vergeet tijdens dissociatie?

Het is een teken dat je systeem tijdelijk overbelast was. Hoewel het ongemakkelijk is, is het een waarschuwing van je lichaam dat je rust nodig hebt. Het is niet ‘erg’, maar het vraagt om aandacht voor je behoeften.

Moet ik mijn therapeut altijd vertellen over mijn dissociatieve momenten?

Ja. Je therapeut heeft dit soort informatie nodig om je echt goed te kunnen ondersteunen. Vertel hen wanneer en onder welke omstandigheden je je het meest losgekoppeld voelt. Samen kunnen jullie de triggers identificeren.

Geef een reactie